Jeugdwijding

Zoals de doop gegeven wordt wanneer het kind zijn leven in een lichaam begint, zo wordt de jeugdwijding gegeven wanneer het een eigen zielenleven gaat ontwikkelen, vanaf omstreeks het veertiende jaar.

Aan de jeugdwijding gaat een ruime voorbereiding vooraf in een groep met andere ‘ jeugdwijdelingen’ . In het sacrament horen zij dat hun kinderjaren voorbij zijn en dat hun jeugd begint. Hiermee is veel gezegd. In confrontatie met zijn omgeving gaat de jongere op zoek naar zichzelf: wie ben ik eigenlijk, wat wil ik, hoe sta ik in de wereld?
De jeugd is open, ontvankelijk en levenslustig. Het is een roerige tijd, de jeugd verlangt naar vrijheid en wil de wereld ontdekken. In die zin hoeft aan de jeugd geen einde te komen. Jeugdig blijven is een opgave. Het sacrament van brood en wijn, dat in de jeugdwijding voor het eerst ontvangen wordt, legt de kiem voor een blijvende jeugdigheid in het leven.

De jeugdwijding staat geheel los van het lid zijn of worden van de kerk. De wijdeling spreekt geen belijdenis of belofte uit. Het lid worden is en blijft een vrij besluit van de volwassene. Maar vanaf de jeugdwijding kan de jongere deelnemen aan de mensenwijdingsdienst en de communie. Dit geldt overigens voor alle veertienjarigen en ouder.

Voorbereiding
Voorwaarde voor de jeugdwijding is in de eerste plaats dat het kind gedoopt is – in de Christengemeenschap of een andere christelijke kerk. Is het kind niet gedoopt, dan wordt dit alsnog in de Christengemeenschap gedaan. Voorts is het nodig dat er een religieuze basis gelegd is bij het kind, want voor het opnemen van een sacrament is dit een vereiste. In de Christengemeenschap worden hiertoe godsdienstlessen gegeven. Daarnaast kan het kind wekelijks naar de zondagsdienst voor kinderen die meestal voorafgaand aan de mensenwijdingsdienst gehouden wordt.
De directe voorbereiding op de jeugdwijding duurt ongeveer anderhalf jaar.

Het sacrament van de jeugdwijding vindt plaats in de Paastijd, in de veertig dagen tussen Pasen en Hemelvaart. Het is belangrijk dat niet alleen ouders, familie en peten erbij aanwezig zijn, maar dat ook de gemeente deze overgang van kind naar jongere mee kan beleven.

Wat gebeurt er
De jeugdwijding bestaat uit twee gedeelten: het rituaal voor de jeugdwijding en aansluitend de mensenwijdingsdienst, waarbij de kinderen voor het eerst de communie ontvangen. De gemeente zelf ziet van de communie af om de jeugdwijdelingen alle ruimte te geven.
De kaarsen op het altaar worden ontstoken. De priester komt samen met twee ministranten binnen. Hij draagt de kelk met daarop het schaaltje met brood, de zogenoemde pateen. Ze gaan met hun gezicht naar het altaar staan. De kelk en pateen worden op het altaar geplaatst.
Bij binnenkomst van de jeugdwijdelingen wordt hen de hand gereikt terwijl het gewicht van dit ogenblik benadrukt wordt. Ze nemen vooraan plaats. De priester wendt zich tot hen en spreekt de beginwoorden van het rituaal. Daarna legt hij uit dat tot nu toe de ouders en leraren, in de ruimste zin van het woord, hen zijn voorgegaan in een leven met Jezus Christus.
Hierna wordt een deel uit het hogepriesterlijke gebed uit het Johannesevangelie voorgelezen: een afscheidsgebed van Jezus met een voorbede aan de Vader voor de mensen die zich met hem verbonden hebben. Dit wordt uitgesproken op de vooravond van zijn dood, waarin hij op de overgang stond tussen deze wereld en de wereld van de Vader. De jeugdwijding markeert ook een overgang.
Na dit deel vindt de zegening plaats, waarin de bede uitgesproken wordt dat de Christusgeest, die in de kinderjaren werkzaam geweest is, ook in het verdere verloop van het leven van de jeugdwijdelingen opgenomen mag worden. Vervolgens houdt de priester een korte toespraak voor de jeugdwijdelingen. Als afsluiting van dit gedeelte van de jeugdwijding worden nog enkele samenvattende zinnen gezegd en klinkt er muziek.
Dan volgt de overgang naar de mensenwijdingsdienst. In dit gedeelte draagt de priester andere gewaden. De priester verwisselt de gewaden voor iedereen zichtbaar en verschijnt tenslotte in stola en kazuifel met de rode kleuren van de Paastijd.
Deze hele handeling heeft een speciale betekenis. In de jeugdwijding wordt gesproken over Christus die de dood overwon; dat wil zeggen dat hij het fysieke lichaam een nieuw kwaliteit gegeven heeft, zodat het niet meer aan de aarde gebonden is; hij heeft het als het ware doorlicht en uit de materie opgeheven. Bij zonsopgang kleurt de hemel rood, licht doordringt de stof en waterdeeltjes in de lucht. Zo kunnen we bij de jeugdwijding in het rood van het gewaad van de priester een beeld van de toekomstige, vergeestelijkte mens beleven.
In de mensenwijdingsdienst ontvangen de jeugdwijdelingen voor het eerst de communie met brood, wijn en de zegen van vrede. Als de dienst beëindigd is, richt de priester nog een slotwoord tot hen.